artikel
Musea profileren zich met hun verzamelingen
Museale collecties zijn geen postzegelverzamelingen die je, eigenhandig of daartoe zacht door de overheid gedwongen, netjes rangschikt, opschoont en herverkavelt. Verzamelingen zijn meer dan een optelsom. Uit hun beleidsopties en actieplannen blijkt dat Vlaamse musea, naast exposities, zich steeds meer om hun collecties en hun verleden bekommeren. Ze profileren zich met hun verzameling, het geheugen van het museum, en verdiepen zich in de manier waarop hun kunstbezit en archieven worden getoond. Elke collectie brengt een heel ander geluid tot klinken.
De zorg om het eigen kunstbezit hadden veel musea kennelijk, door een haast zenuwslopende activiteitenkalender, door een overdreven hang naar hogere bezoekcijfers of ook door een gebrek aan tentoonstellingsruimte, enigszins verwaarloosd. Delen van de verzameling verkommerden soms min of meer onder het stof en het spinrag in het museumdepot. Musea waren 'tentoonstellingsmachines' geworden, het beheren en tonen van de eigen collectie - een van hun belangrijkste taken - hadden sommigen min of meer opzij geschoven.
In de Vlaamse musea voor hedendaagse kunst, instellingen met een nog jonge geschiedenis, is de pionierstijd voorbij. Er trad een nieuwe generatie museumdirecteuren aan. Directeuren hadden vroeger heel andere bekommernissen en prioriteiten: ze dachten eigenlijk niet na over het museum vanuit hun collectievorming, maar waren vooral op zoek naar een gebouw, naar huisvesting voor hun tentoonstellingen.
Die 'huizen' zijn er, ze zijn of worden verbouwd (het M HKA en het Mu.ZEE), of kregen en wachten op een noodzakelijke uitbreiding (het Middelheimmuseum en het S.M.A.K.). De huidige directeuren maken, misschien meer dan vroeger, scherpere beleidskeuzes en willen zich ook duidelijker profileren. Distinctiedrang onder de musea brengt andere geluiden voort; ze onderscheiden zich door hun collecties.
Dat hoeft samenwerking, waar de overheid naar streeft, niet te dwarsbomen. In 2008 werd de eerste aanzet gegeven voor het project 'Contemporary Art Heritage Flanders' (CAHF), een samenwerkingsovereenkomst tussen de belangrijkste Vlaamse spelers op het terrein van de hedendaagse beeldende kunsten. Die 'koepel' heeft als uitdrukkelijk doel 'een onderbouwde visie op het vlak van afstemming van de museumwerking te ontwikkelen, om zich als samenwerkingsverband eenduidiger te kunnen profileren op internationaal vlak'. Het CAHF wil een soort 'vitrine' worden van het eigentijds Vlaams kunstbezit, het gezicht van artistiek Vlaanderen, zoals eigenlijk elke collectie ieder museum een 'smoel' geeft.
Buitenlanders herkennen een museum aan die 'smoel'. Er zijn de afgelopen jaren in het buitenland tientallen nieuwe musea voor hedendaagse kunst geopend. Sommige 'huizen' hebben net als bedrijven een vast logo en label, een bedrijfsmerk. Anderzijds willen overheden, zeker in Nederland en nu ook in Vlaanderen, dat musea meer met elkaar samenwerken en op den duur een grote nationale collectie opbouwen waaruit ze dan hun keuze kunnen maken voor hun tentoonstellingen. Die vaststelling klinkt dan wel enigszins karikaturaal, omdat de voogdij over die musea verschilt (in Vlaanderen: Vlaamse Gemeenschap, steden en provincies), maar bij museumdirecteuren proef je de huiver tegenover vergaande herschikkingen van hun collecties. Elk museum koestert zijn identiteit.
Musea voor hedendaagse kunst verzamelen tegendraads, omdat ze op zoek zijn naar een duidelijker reliëf, naar verrassende spanningsvelden en conflicten, naar nieuwe inzichten en een ruimer discours. Dat maken het M HKA, het S.M.A.K. en het Mu.ZEE zichtbaar in hun vernieuwde tentoonstellingsmodi en in hun expliciete hang naar experimentele 'ensembles', kleine clusters van kunstwerken die telkens tot zulke nieuwe inzichten en vertogen kunnen leiden. Het Middelheimmuseum, dat in zijn beeldenpark voorzichtiger verzamelt, gaat extra muros en strijkt neer op onverwachte locaties om deel te nemen aan discussies omtrent community art. Projecten van het Middelheim krijgen buiten de muren een 'nomadisch karakter'.
Die beleidskeuzes hebben gevolgen voor de collectievorming en het aankoopbeleid. Voor het opvullen van 'historische' hiaten en lacunes is er vaak te weinig geld. De Vlaamse musea kunnen, zoals de grotere musea in het buitenland dat wel doen, geen encyclopedische collectie aanleggen. Het is ook niet hun intentie. Ze zoeken, zowel in Antwerpen, Gent als Oostende, geen iconen of geconsacreerde topstukken, maar stellen 'ensembles' samen van kunstwerken die vooral de complexiteit van het werk van een kunstenaar kunnen aantonen. Het M HKA verwierf het atelierhuis van Panamarenko in de Biekorfstraat en een muurfragment uit het atelier van beeldhouwer Johan Tahon; Gent werkt aan een museumkabinet over Marcel Broodthaers; Oostende, dat uitdrukkelijk kiest voor het adagium 'meer museum worden', wil kunstwerken 'reactiveren' door legendarische presentaties te reconstrueren of met allerlei archiefstukken het referentiekader en de inspiratiebronnen van kunstenaars te tonen. Die musea verkiezen 'constellaties' van verschillende werken van een kunstenaar boven het accumuleren van eenmalige aankopen.
In de drie kunsthistorische musea, het KMSK in Antwerpen, het MSK in Gent en het Groeningemuseum in Brugge, is het niet anders. Ook zij kiezen, na verbouwingen of - wat Antwerpen betreft - een pas begonnen renovatie, voor duidelijker profilering, voor een gedegen wetenschappelijke ontsluiting van de eigen collectie en voor vernieuwende presentatievormen van de verzameling. In Nederland ging aan de discussies over de Collectie Nederland een grondig Deltaplan voor Cultuurbehoud vooraf. Het hele Nederlandse publieke kunstbezit en cultureel erfgoed moesten eerst worden 'opgeschud', ontstoft, geschoond en gerestaureerd, opgeschoond en gesorteerd. Die voorwaarde is in Vlaanderen verre van vervuld. Er wordt weliswaar steeds meer gesproken in termen van de 'Vlaamse Kunstcollectie' (het samenwerkingsakkoord tussen de drie grote kunsthistorische musea) of de 'Collectie Vlaanderen' (het geheel van de Vlaamse publieke collecties), maar wat betreft het ontsluiten, het wetenschappelijk onderzoeken en het conserveren in goede depots van dat kunstbezit moet Vlaanderen nog een enorme en forse inhaalbeweging maken.
Diverse stemmen uit het brede erfgoedveld komen aan bod in de publicatie 'Met nieuwsgierige blik - Collectievorming en aankoopbeleid in Vlaanderen' die halfweg dit jaar verschijnt. Acht verhalen, geschreven door Paul Depondt, stimuleren het debat over de praktijk van het verzamelen en het aankoopbeleid van instellingen en overheid in Vlaanderen.
Elke collectie heeft een ander geluid
Auteur: Paul Depondt
Uitgever: <H>ART
Datum: 11/02/2010
